Grenzen aan de informatiebevoegdheden van Veilig Thuis, Jeugdzorg en de Raad
“Wij maken ons zorgen over uw kind.”
Na het horen van deze woorden leven veel ouders in onzekerheid. Vaak weten zij niet goed wat hun rechten en plichten zijn als de Raad voor de Kinderbescherming (hierna de "Raad") een onderzoek start of wanneer jeugdbescherming (de gecertificeerde instelling ook wel de "GI") contact opneemt.
Bij vermoedens van zorgen over een kind of wanneer melding bij Veilig Thuis kunnen Veilig Thuis of de Raad een onderzoek starten. Vaak gaat hier nog een Jeugdbeschermingstafel aan vooraf. Het is belangrijk dat ouders weten welke bevoegdheden deze instanties hebben - én waar de grenzen liggen.
Inleiding
Binnen de jeugdzorg spelen verschillende instanties een rol, waaronder Veilig Thuis, de GI en de Raad. Een GI voert kinderbeschermingsmaatregelen uit, zoals Jeugdbescherming Amsterdam, de Willem Schrikker Stichting, Leger des Heils of SAVE. De Raad valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid en beschermt kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd.
Wanneer er zorgen worden gemeld over een minderjarige, kan een onderzoek worden gestart door Veilig Thuis of de Raad. De Raad kan vervolgens de kinderrechter verzoeken om maatregelen zoals een ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing.
Bij een ondertoezichtstelling behouden ouders het gezag, maar begeleidt een jeugdbeschermer van de GI het gezin. Ouders zijn verplicht hieraan mee te werken.
Onderzoek Veilig Thuis
Veilig Thuis onderzoekt meldingen of vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling (artikel 4.1.1 lid 2 onder b Wmo). Daarbij heeft Veilig Thuis ruime bevoegdheden om informatie op te vragen. In sommige gevallen mag dit zelfs zonder medeweten van betrokkenen.
Ook kan Veilig Thuis in uitzonderlijke situaties eerst met een kind jonger dan 16 jaar spreken zonder toestemming van de ouders.
Wettelijk kader
Professionals met relevante informatie morgen deze zonder toestemming delen met Veilig Thuis, ook als zij normaal gesproken een geheimhoudingsplicht hebben (artikel 5.2.6 Wmo).
Voorbeeldcasus:
Een moeder stelde dat Veilig Thuis onrechtmatig had ingegrepen in haar privéleven en behandelrelatie met zorgverlener. Volgens haar bood de Wmo 2015 geen wettelijke basis en was er sprake van strijd met artikel 8 EVRM (recht op privé- en gezinsleven).
De rechtbank oordeelde echter dat Veilig Thuis rechtmatig handelde. De Wmo bood voldoende grondslag voor de monitoring en advisering, en van onrechtmatige inmenging was geen sprake omdat geen dwingende maatregelen waren opgelegd.
Onderzoek Raad voor de Kinderbescherming
Ook de Raad heeft ruime bevoegdheden om informatie op te vragen. De Raad met ouders, kinderen, school, hulpverleners en andere betrokkenen ("informanten") om een beeld van de situatie te vormen. Ouders kunnen zelf ook informanten aandragen.
Voorbeelden van informanten zijn: school, huisarts, hulpverleners, reclassering, gemeente, familieleden, politie.
Wettelijk kader
Professionals met een geheimhoudingsplicht mogen zonder toestemming informatie delen met de Raad informatie als dit noodzakelijk is voor het van het onderzoek (artikel 1:240 BW).
Voorbeeldcasus:
De huisarts gaf tijdens een onderzoek van de Raad informatie over de borderline-diagnose van moeder. De rechter oordeelde dat deze informatie niet noodzakelijk was voor het onderzoek naar het kind. De huisarts had daarmee zijn geheimhoudingsplicht geschonden.
Onrechtmatig gekregen informatie
Dat informatie onrechtmatig is gedeeld, betekent niet automatisch dat de Raad deze niet mag gebruiken. Alleen bij ernstige privacy-schendingen kan uitsluiting van die informatie gerechtvaardigd zijn.
Rechten en plichten van ouders
Tijdens een onderzoek kunnen ouders worden gevraagd informatie te verstrekken. Ouders zijn niet verplicht mee te werken, maar weigering kan gevolgen hebben. De kinderrechter kan zijn beslissing dan baseren op andere beschikbare informatie, wat nadelig uitpakken.
Onderzoek GI tijdens de ondertoezichtstelling
Tijdens een ondertoezichtstelling heeft de GI eveneens ruime bevoegdheden om informatie op te vragen. Professionals mogen hun beroepsgeheim doorbreken wanneer informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling (artikel 7.3.11 Jeugdwet).
Sterker nog: bij een verzoek van de GI bestaat voor professionals vaak een wettelijke plicht om informatie te delen.
Rechten en plichten van ouders
Bij een ondertoezichtstelling zijn ouders verplichtmee te werken. Wanneer ouders informatie weigeren of contact met betrokken instanties blokkeren, kan de GI besluiten op basis van andere beschikbare gegevens. Dit kan leiden tot een negatiever beeld van de situatie.
Als de GI vindt dat zij haar taak niet kan uitvoeren, kan zij de kinderrechter vragen om vervangende toestemming voor het verkrijgen van informatie. In ernstige gevallen kan zelfs een (spoed-)uithuisplaatsing worden verzocht
Het is daarom vaak in uw eigen belang om goed juridisch advies in te winnen en samen met een advocaat te bespreken hoe u het beste kunt handelen.
Heeft u te maken met een (voornemend) onderzoek of een ondertoezichtstelling of vragen over bevoegdheden van jeugdinstanties? Neem gerust contact op met Prass Advocatuur. Wij denken graag met u mee.