Richtlijn Uithuisplaatsing en Terugplaatsing: wat betekent dit voor u als ouder?

Wanneer een kind (dreigt te worden) uithuisgeplaatst, heeft dat enorme impact op ouders én kind. De Richtlijn Uithuisplaatsing en Terugplaatsing (hierna: de richtlijn) geeft jeugdprofessionals een landelijk kader voor het nemen van zulke ingrijpende beslissingen. De richtlijn geldt voor kinderen van 0 tot 18 jaar en kan doorlopen tot 23 jaar wanneer een jongere al vóór zijn of haar achttiende jeugdhulp ontving.

Het belangrijkste uitgangspunt van de (nieuwe) richtlijn is helder:
een uithuisplaatsing mag alleen plaatsvinden als dit strikt noodzakelijk is en vanaf het eerste moment moet actief worden toegewerkt naar een veilige terugkeer naar huis.

Wat is een uithuisplaatsing en wanneer kan deze worden opgelegd?

Een machtiging uithuisplaatsing is een van de meest ingrijpende maatregelen binnen het civiele jeugdrecht. Een kind wordt dan tijdelijk buiten het gezin geplaatst omdat er ernstige zorgen zijn over zijn of haar veiligheid of ontwikkeling.

Alleen de kinderrechter kan een jeugdbeschermingsorganisatie toestemming geven om een kind uit huis te plaatsen. Deze machtiging geldt steeds voor maximaal twaalf maanden. Als de zorgen blijven bestaan, kan verlenging worden gevraagd. Ouders hebben het recht om zich hiertegen te verweren en hun standpunt kenbaar te maken bij de rechter.

Tijdens de uithuisplaatsing moet voortdurend worden gekeken of terugkeer naar huis weer mogelijk en verantwoord is. De richtlijn benadrukt dat uithuisplaatsing nooit bedoeld is als eindpunt, maar als een tijdelijke maatregel.

Terugplaatsing: vanaf dag één een belangrijk uitgangspunt

Een belangrijk verschil met eerdere richtlijnen is dat terugplaatsing niet pas aan het einde van het traject wordt bekeken, maar vanaf het begin centraal moet staan. Zodra een kind uit huis wordt geplaatst, moet duidelijk zijn onder welke voorwaarden terugkeer naar huis mogelijk is en welke hulp daarvoor nodig is.

Bij de beoordeling of terugplaatsing verantwoord is, wordt gekeken naar:

  • de veiligheid van het kind in het gezin;

  • de opvoedvaardigheden en leerbaarheid van de ouders;

  • de stabiliteit in het dagelijks leven;

  • de emotionele beschikbaarheid van de ouders;

  • de mate waarin de oorspronkelijke zorgen zijn verminderd.

Dit betekent dat ouders recht hebben op duidelijke doelen, passende hulp en regelmatige evaluaties.

De aanvaardbare termijn: geen vaste tijdslijnen meer

De wet bepaalt dat binnen een aanvaardbare termijn duidelijk moet worden waar een kind verder zal opgroeien. Deze termijn is niet vast en verschilt per situatie. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere:

  • de leeftijd van het kind;

  • de ontwikkeling en eventuele trauma’s;

  • de gehechtheid van het kind;

  • de houding en inzet van de ouders.

In de vernieuwde richtlijn zijn vaste termijnen losgelaten, omdat deze te weinig ruimte boden voor maatwerk. Dat betekent echter niet dat beslissingen eindeloos mogen worden uitgesteld. Jeugdprofessionals moeten samen met ouders en kind gericht toewerken naar een perspectiefbesluit, door tijdig hulp in te zetten en de voortgang regelmatig te beoordelen.

Tot slot

De vernieuwde richtlijn benadrukt dat een uithuisplaatsing alleen mag worden ingezet als dit echt noodzakelijk is en dat terugplaatsing het uitgangspunt blijft, tenzij dit aantoonbaar niet in het belang van het kind is. Voor ouders betekent dit dat zij mogen verwachten dat er vanaf het begin actief wordt gewerkt aan herstel, ondersteuning en – waar mogelijk – terugkeer naar huis.

Heeft u te maken met een (dreigende) uithuisplaatsing of vragen over terugplaatsing of andere onderwerpen binnen het civiele jeugdrecht? Neem dan gerust contact op met Prass Advocatuur. Wij denken graag met u mee en staan u bij.

Volgende
Volgende

PIJ-maatregel onder druk: waarom jongeren vastlopen in het systeem